EEN INTEGRALE VERKENNING

Dijkversterking

Waterkeringen moeten gedurende langere tijd hoge waterstanden kunnen keren om overstromingen te voorkomen. De Waaldijk tussen Wolferen en Sprok (zie kaart) voldoet niet aan de wettelijke normen voor hoogwaterveiligheid. De dijk is te laag en heeft onvoldoende stabiliteit. De beheerder van de waterkering, Waterschap Rivierenland, heeft daarom via het nationale Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) de opdracht gekregen om ongeveer 15 kilometer dijk te versterken. Deze versterkingsopgave moet eind 2022 zijn uitgevoerd.

Rivierverruiming en dijkversterking

Het Rijk stelde in het Deltaprogramma Rivieren in 2014 een voorkeursstrategie (VKS) voor de Waal en Merwedes vast. De strategie houdt in de (toekomstige) waterveiligheidsopgave in dit grote gebied in fasen op te lossen.

Werd aan het begin van de 21ste eeuw vooral ingezet op rivierverruimende maatregelen, zoals dijkterugleggingen en uiterwaardvergravingen, nu kan de (toekomstige) veiligheidsopgave niet meer alleen met rivierverruiming opgelost. De voorkeursstrategie zet daarom in op een samenspel van rivierverruimende maatregelen en dijkversterking.

De voorkeurstrategie is gebaseerd op een gezamenlijk advies van alle betrokken partijen (Rijk, provincie, waterschap, gemeenten) aan de Deltacommissaris. Dit advies aan de Deltacommissaris is meegenomen in de Deltabeslissingen en in het Nationaal Waterplan.

Ruimtelijke reservering

Een dijkteruglegging bij Oosterhout is één van de opgenomen rivierverruimende maatregelen in de voorkeursstrategie, geprogrammeerd voor de periode 2030-2050. Voor deze dijkteruglegging heeft het rijk al eerder een ruimtelijke reservering gemaakt vanuit de langetermijnvisie uit de Planologische Kernbeslissing (PKB) Ruimte voor de Rivier. Deze maatregel ligt binnen het dijktraject Wolferen-Sprok. Door te onderzoeken of de dijkteruglegging eerder uitgevoerd kan worden, is er bij Oosterhout een kans om de dijkversterkingsopgave tegelijkertijd uit te voeren met een mogelijke dijkteruglegging en zo ‘werk met werk’ te maken.

Integrale verkenning

Het Bestuurlijk Overleg Meerjaren Infrastructuur Ruimte en Transport (BO-MIRT) besloot in november 2016 om de dijkversterking en dijkteruglegging integraal te onderzoeken in het project ‘integrale verkenning Wolferen-Sprok en dijkteruglegging Oosterhout’. De verkenning onderzoekt daarmee twee oplossingen: een algehele dijkversterking of een dijkversterking met inpassing van de dijkteruglegging Oosterhout.

Klap tekst in

Dijktraject

Het dijktraject Wolferen-Sprok ligt aan de noordzijde van de Waal (zie kaart). Het traject ligt in de provincie Gelderland. De dijkversterking valt binnen de gemeenten Nijmegen (Oosterhout, Lent en buurtschap Sprok) en Overbetuwe (Slijk-Ewijk, Oosterhout en buurtschappen Loenen en Wolferen). Aan de oostzijde ligt een klein deel, maximaal 300 m, in de gemeente Lingewaard (Bemmel). Aan de westzijde stopt het plangebied net over de grens met de gemeente Neder-Betuwe (ongeveer 150 m). Het dijktraject heeft een totale lengte van ongeveer 15 km. Het zoekgebied voor de dijkteruglegging bij Oosterhout ligt bij Altena, tussen de Loenensche Buitenpolder en Oosterhoutse waarden.

Woningbouwlocaties Nijmegen

In de gemeente Nijmegen gelden enkele bijzonderheden voor het projectgebied. Bij Lent is recent een rivierverruimend project uitgevoerd. Dit gedeelte valt deels buiten de scope van de hoogwaterveiligheidsopgave, zoals zichtbaar in de kaart.

De gemeente Nijmegen bereidt ook verschillende binnendijkse woningbouwprojecten in de invloedsfeer van de dijk voor. Deze woningbouwprojecten lopen voor op de dijkversterking. Het waterschap wil de realisatie van deze woningbouwprojecten echter niet in de weg staan. Het waterschap heeft daarom een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeente Nijmegen. De gemeente Nijmegen zal het benodigde binnendijkse profiel aanleggen dat nodig is om de dijk aan de veiligheidsnorm te laten voldoen. Op deze wijze is binnendijks woningbouwontwikkeling mogelijk.

De betreffende vier dijksecties waarop de samenwerkingsovereenkomst van toepassing is, blijven wel binnen het projectgebied. Dit om eventueel benodigde aanvullende maatregelen op de kruin van de dijk en buitendijks mogelijk te maken. Bovendien blijft het binnendijkse projectgebied onderdeel van verkenning en planstudie, totdat realisatie geborgd is. Deze dijksecties doorlopen echter een ander proces dan de overige dijksecties voor wat betreft omgevingscommunicatie en ontwerp.

Klap tekst in

Met de dijkteruglegging wordt in het kader van het Deltaprogramma, voorkeursstrategie rivieren, een waterstandsdaling beoogd. De gewenste waterstandsdaling voor dijkteruglegging Oosterhout is in de orde grootte van centimeters. Het gebied waar waterstandsdaling optreedt, ligt stroomopwaarts van Oosterhout tot maximaal ongeveer Doornenburg. Bij de dijkteruglegging moet gebiedsontwikkeling eveneens de ruimtelijke kwaliteit van het aan te passen gebied borgen.

Vanuit het BO-MIRT wordt hiervoor dijkversterking en dijkteruglegging integraal onderzocht in een verkenning die moet leiden tot één voorkeursalternatief.

Klap tekst in

Fasering binnen het HWBP

Bij dijkversterkingen binnen het HWBP wordt gefaseerd gewerkt. Er worden in elk project vier hoofdfasen onderscheiden. Elke fase wordt afgesloten met een bestuurlijk besluit:

  1. de initiatiefase. In de initiatiefase is de dijkversterking Wolferen-Sprok opgenomen in het programma van het HWBP (in 2015);
  2. de verkenning. In de verkenning worden de verschillende oplossingen voor het probleem onderzocht en wordt bepaald welke oplossing de voorkeur heeft;
  3. de planuitwerking. Het gekozen alternatief wordt in de planuitwerking uitgewerkt tot het detailniveau dat nodig is voor de besluitvorming over het plan en de vergunningen; );
  4. de realisatie. De realisatiefase leidt er toe dat het gebied weer aan de veiligheidsnorm voldoet.

Projectplan Waterwet en/of ruimtelijk besluit

Om de hoogwaterveiligheidsopgave planologisch en juridisch mogelijk te maken, moeten in de planuitwerking formele besluiten genomen worden. Welk publieksrechtelijk besluit genomen gaat worden voor de hoogwaterveiligheidsopgave is afhankelijk van het voorkeursalternatief. De procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) sluit of aan bij:

  • de goedkeuring van een projectplan Waterwet door provincie Gelderland. Als het voorkeursalternatief bestaat uit alleen een dijkversterking, dan ligt het opstellen van een projectplan Waterwet voor het hele plangebied voor de hand, inclusief de eventuele aanpassing van bestemmingsplannen. De initiatiefnemer is in dit geval het waterschap. De provincie is bevoegd gezag voor de m.e.r.-procedure, verzorgt de coördinatie op grond van de Waterwet van eventuele andere besluiten (zoals vergunningen) en geeft goedkeuring aan het projectplan; óf
  • het vaststellen van een provinciaal inpassingsplan. De provincie stelt een dergelijk ‘bestemmingsplan’ vast als er sprake is van een provinciaal belang, bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling. Of op verzoek van gemeenten, bijvoorbeeld als er te weinig capaciteit is om bijvoorbeeld veel bestemmingsplannen te wijzigen. Bij de keuze voor een dijkteruglegging bij Oosterhout ligt het opstellen van een provinciaal inpassingsplan voor de hand. Voor het deel waar een provinciaal inpassingsplan voor wordt gemaakt, is wettelijk geen projectplan Waterwet nodig: de inhoud gaat over op het inpassingsplan. Bij een provinciaal inpassingsplan is provincie Gelderland voor dit deel formeel initiatiefnemer en bevoegd gezag.

Milieueffectrapportage

De procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) dient om het milieubelang bij besluiten een volwaardige plaats te geven. De procedure is geborgd in de Wet milieubeheer. Er zijn verschillende manieren waarop voor dit project een m.e.r.(beoordelings)plicht kan gelden:

  • Projectm.e.r.-beoordelingsplicht via het Besluit m.e.r.: Het aanleggen, wijzigen of uitbreiden van een waterkering is een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit volgens categorie D3.2 van het Besluit m.e.r.. Ook kan een nieuwe landinrichting volgens categorie D9 een rol gaan spelen als de dijkteruglegging wordt opgenomen in het VKA. In een m.e.r.-beoordeling gaat het bevoegd gezag na of een activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben;
  • Planme.r.-plicht via Wet Natuurbescherming: Voor dit project ontstaat een planm.e.r.-plicht als significant negatieve effecten op Natura 2000-gebied niet kunnen worden uitgesloten.

Directe procedure voor m.e.r.

Het waterschap en de provincie hebben ervoor gekozen om direct een procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen, omdat op voorhand duidelijk is dat mogelijke nadelige milieueffecten niet uitgesloten zijn. Dit vanwege de ligging naast Natura 2000-gebied en verschillende woongebieden. Bovendien zien zij voordelen van de procedure voor het betrekken van de omgeving. De m.e.r.-procedure start in de verkenning met de kennisgeving en de ter inzage legging van een notitie reikwijdte en detailniveau.

In geval in de planuitwerking een projectplan Waterwet wordt opgesteld, is de goedkeuring van het projectplan Waterwet door de gedeputeerde staten van de provincie het m.e.r-plichtige besluit. De gedeputeerde staten zijn daarmee het (coördinerend) bevoegd gezag voor de m.e.r.-procedure. Het MER kan eveneens dienen voor bestemmingsplanwijzigingen waarbij de gemeenten bevoegd gezag zijn. In het geval van het opstellen van een provinciaal inpassingsplan is de provincie eveneens bevoegd gezag voor de m.e.r.

Een m.e.r. in twee fasen

Het milieueffectrapport (MER) wordt, formeel gezien, opgesteld ter onderbouwing bij het - aan het eind van de planuitwerkingsfase - te nemen besluit. Maar, omdat het in de verkenningsfase te nemen besluit over het voorkeursalternatief ook een zorgvuldige afweging vereist, wordt het MER voor het project Wolferen-Sprok in twee delen samengesteld:

  • het eerste deel van het MER, op te stellen in de verkenningsfase (2017-2018), vormt de ondersteuning van de naar verwachting begin 2019 te nemen beslissing over welk alternatief de voorkeur heeft;
  • het tweede deel van het MER, op te stellen in de planuitwerkingsfase (2019-2020), vormt de ondersteuning van de uitwerking van het voorkeursalternatief en het te nemen besluit over de dijkversterking (hoe). Uiteindelijk worden de twee delen samengevoegd en formeel bij het projectplan Waterwet of provinciaal inpassingsplan ter inzage gelegd.

Klap tekst in

Doel notitie

Deze NRD is bedoeld om betrokkenen vooraf te informeren en raadplegen over de gewenste inhoud en diepgang van het MER, ofwel over de reikwijdte en het detailniveau. De 'reikwijdte' geeft aan wat het voornemen is, welke alternatieven en varianten in het MER worden onderzocht en welke (milieu- en omgevings)thema’s in beeld worden gebracht (het ‘wat’). Het 'detailniveau' betreft de diepgang en methode van het onderzoek (het ‘hoe’).

Provincie Gelderland vraagt als bevoegd gezag nadrukkelijk eenieder om een reactie over de reikwijdte en het detailniveau te sturen naar de provincie Gelderland. Dat kan van 21 februari tot en met 21 maart 2018 en op de volgende manieren:

Per post:

Gedeputeerde Staten van Gelderland
t.a.v. de afdeling KOB/IBT
Postbus 9090
6800 GX Arnhem
Onder vermelding van zaaknummer 2017-017178.

Per e-mail:

post@gelderland.nl
Gedeputeerde Staten van Gelderland
t.a.v. de afdeling KOB/IBT
Postbus 9090
6800 GX Arnhem
Onder vermelding van zaaknummer 2017-017178.

Binnengekomen reacties worden gebruikt bij het bepalen van de verdere aanpak van de verkenning en planuitwerking. De provincie raadpleegt ook de wettelijke adviseurs, betrokken bestuursorganen en de onafhankelijke commissie voor de m.e.r.

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 gaat in op de opgave. Niet alleen de hoogwaterveiligheidsopgave, maar ook de inpassing van dijkversterking en dijkteruglegging en de mogelijke meekoppelkansen. De alternatievenontwikkeling staat beschreven in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 gaat in op de aanpak voor de milieueffectrapportage. Hoofdstuk 5 beschrijft het participatieproces en de m.e.r.-procedure.

Klap tekst in