OPGAVE

Dit hoofdstuk gaat in op de achtergrond van de opgave. Hierbij is met name de gebiedsreservering voor de dijkteruglegging Oosterhout van belang, dit verklaart waarom is gekozen voor een integrale verkenning naar dijkversterking met eventueel dijkteruglegging. De opgave (scope) voor het project bestaat uit de veiligheidsopgave, de inpassingsopgave (referentiesituatie) en de gebiedsopgave (meekoppelkansen). Deze worden hieronder toegelicht.

Ruimte voor de Rivier

Het toenmalige kabinet gaf in 2000 in het standpunt ‘Ruimte voor de Rivier’ aan dat de grenzen van de dijkversterking in zicht waren. Vanuit de gedachte dat er steeds meer water afgevoerd moet worden, en de wens om Nederland in de komende eeuw voldoende veilig, leefbaar en aantrekkelijk te houden, zocht het kabinet voortaan de veiligheid in het meer ruimte geven aan de rivier.

In de planologische kernbeslissing Ruimte voor de Rivier (PKB) beschreef het rijk het beleid om uiterlijk in 2015 het vereiste veiligheidsniveau langs de Rijntakken en het benedenstroomse gedeelte van de Maas te realiseren. Hierbij was voor 2015 rekening gehouden met een maatgevend hoogwater van 16.000 m3/s op de Rijn bij Lobith (10.667 m3/s op de Waal). Door het inmiddels vrijwel afgeronde programma Ruimte voor de Rivier kan nu het water vanaf Lobith veilig worden afgevoerd.

Strategische reserveringen PKB

Ook al in 2006 was er de verwachting dat de maatregelen niet afdoende zouden zijn voor de langere termijn. De verwachting is dat in 2050 bij Lobith al 17.000 m3/s binnenkomt en in 2100 18.000 m3/s. Er is in de PKB daarom ook ruimte opgenomen om bepaalde binnendijkse gebieden buitendijks te kunnen brengen na 2015. Deze gebieden, waar op lange termijn maatregelen nodig zijn, worden wettelijk ‘gevrijwaard van grootschalige en/of kapitaalintensieve ontwikkelingen die het treffen van mogelijke toekomstige rivierverruimende maatregelen ernstig belemmeren’. Dit geldt ook voor twee gebieden in het projectgebied: dijkverlegging Oosterhout - Slijk-Ewijk en dijkverlegging Loenen.

Achtergrond locatiekeuze PKB

De achtergrond van deze keuze was dat het rivierkundige probleem tussen Nijmegen en Dodewaard (Midden-Waal) op de langere termijn moet worden opgelost met een dijkteruglegging. Bij het PKB is een milieueffectrapport opgesteld. Van de verschillende in het milieueffectrapport onderzochte dijkverleggingen werden, zowel aan de noord- als de zuidzijde van de Waal, negatieve effecten verwacht. Ondanks de mogelijke aantasting van het landgoed bij Loenen is in eerste instantie voor dijkteruglegging bij Loenen gekozen, en niet voor het alternatief Beuningen. Dit vanwege de hier aanwezige cultuurhistorische waarden en een groter aantal betrokken woningen.

Enkele gemeenten rond Nijmegen hebben bij de tot stand komen van de PKB aangedrongen op het opnemen van verschillende reserveringen voor dijkverlegging langs de Midden-Waal. Dit om de mogelijkheden voor dijkverlegging open te houden en zo in de toekomst meer ruimte te hebben voor maatwerk. Daarom is ook een reservering opgenomen voor de dijkverlegging Oosterhout - Slijk-Ewijk.

In de toelichting van de PKB is aangegeven dat een nadere zorgvuldige afweging nodig is op het moment dat tot uitvoering van een dijkverlegging wordt besloten, omdat in deze gebieden belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Uitgangspunt in de PKB is dat de beoogde waterstandsdaling voor de Midden-Waal opgelost wordt met de dijkverlegging Loenen, of met een deel van de dijkverlegging Loenen aangevuld met de dijkverlegging Oosterhout - Slijk-Ewijk.

Deltaprogramma

Het in 2010 gestarte Deltaprogramma heeft tot doel de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening op de lange termijn (2100) veilig te stellen. In de periode van augustus 2012 tot en met januari 2014 zijn door provincies, waterschappen en gemeenten in samenspraak met het Rijk voorkeursstrategieën voor de riviertakken opgesteld. Een voorstel voor maatregelen is eind 2014 opgenomen in het Deltaprogramma 2015 (DP2015).

Regionale voorkeursstrategie Waal en Merwedes

De regionale voorkeursstrategie Waal en Merwedes (2013) stelt voor de al gereserveerde gebieden binnen het projectgebied te handhaven. De onderbouwing bij de dijkteruglegging Oosterhout (ambitie 2030-2050) is dat deze maatregel in ruimtelijke zin te verbinden is aan de uitgevoerde projecten in de Oosterhoutse waarden en de dijkteruglegging Lent. De voorkeursstrategie ziet hier ruimte voor een optimale rivierkundige inrichting door hier één gebied van te maken.

Extra uitleg: Beoogde waterstandsdalingen regionale voorkeurstrategie


Voor de dijkverlegging A50-Dodewaard was 16,6 cm waterstandsdaling voorzien. Door zandwinners wordt momenteel delfstofwinning en rivierverruiming (zelfrealisatie) uitgevoerd in de Gouverneurspolder en Grote Willemspolder, tussen de A50 en Tiel. Hierbij is gerekend op een waterstandsdaling van respectievelijk 5,3 en 4,5 cm. De Drutensche waarden leveren nog 6 cm op. Dit, tezamen met dijkverhoging, vervangt mogelijk de dijkteruglegging A50-Dodewaard. Voor de dijkteruglegging Oosterhout (voor de periode 2030-2050) is uitgegaan van een effect op de waterstand van 5,6 cm.

Van voorkeurstrategie rivieren naar Nationaal Waterplan

De regionale voorkeursstrategie is overgenomen in de voorkeurstrategie rivieren (2014) en geland in de voorgestelde deltabeslissing Rijn-Maasdelta in het DP2015 en het Nationaal Waterplan 2016-2021. In lijn met deze beslissingen besloot het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) op 5 november 2015 voor een integrale verkenning van de dijkteruglegging Oosterhout samen met de dijkversterking Wolferen-Sprok.

Lange Termijn Ambitie Rivieren (LTAR)

Gebiedspartijen langs de Rijntakken spraken 7 april 2016 af de voorkeursstrategie rivieren te actualiseren om tot een realistisch en uitvoerbaar voorstel voor de combinatie van dijkversterking en rivierverruiming te komen voor de lange termijn. Het Bestuurlijk Overleg Waal-Merwedes doet begin 2018 een voorstel voor drie redelijkerwijze te beschouwen alternatieven als input voor een planm.e.r. en verankering van het pakket in een structuurvisie. Het uiteindelijke voorstel moet helpen de financiering uit het Deltafonds, bij provincies en bij andere partijen te onderbouwen. Rond 2019/2020 zijn de resultaten dan planologisch-juridisch verankerd.

Voor de integrale verkenning is het uiteraard belangrijk of de dijkteruglegging Oosterhout in de planvorming opgenomen blijft. Als begin 2018 blijkt dat de dijkteruglegging niet in de redelijk te beschouwen alternatieven voor het planm.e.r. is opgenomen, dan weegt dit mee bij het besluit voor het voorkeursalternatief (o.a. op basis van haalbaarheid).

Klap tekst in

Doelstelling en ambities

De hoofddoelstelling van het project is om voor het dijktraject Wolferen-Sprok aan de wettelijke hoogwaterveiligheidsnormen te voldoen, een maximaal toelaatbare faalkans van 1/10.000 per jaar. Hiermee zijn de bewoners en waarden in het achterland beschermd tegen hoogwater en overstroming vanuit de Waal. Het dijktraject Wolferen-Sprok moet eind 2022 voldoen aan de norm.

Voor de waterstandsdaling die bereikt moet worden door dijkteruglegging, is geen wettelijk vastgelegde eis of norm aanwezig. In de regionale voorkeurstrategie Waal en Merwedes is rekening gehouden met een waterstandsdaling van ongeveer 5,6 cm. In de preverkenning (provincie Gelderland, 2016) is een waterstandsdaling tussen 3 en 6 cm mogelijk gebleken. De ambitie voor dit project ligt daarom ook in deze orde grootte van centimeters waterstandsdaling. Het gebied waar waterstandsdaling optreedt, ligt stroomopwaarts van Oosterhout tot maximaal ongeveer Doornenburg.

Het betrekken van de omgeving en het benutten van meekoppelkansen behoort bij de ambities van het project.

Projectscope

De projectscope is de ruimtelijke afbakening van het project en bestaat uit drie onderdelen (HWBP, 2017):

  • waterveiligheidsopgave: het technisch veiligheidsprobleem met dijkvakken of kunstwerken die niet voldoen aan de norm, met beschrijving van bijbehorend faalmechanisme. In deze integrale verkenning is dit eveneens een nadere opgave (waterstandsdaling) vanuit het Deltaprogramma;
  • inpassingsopgave: alle in te passen huidige functies en waarden in het projectgebied. Deze volgen deels bijvoorbeeld uit het al opgestelde ruimtelijk kwaliteitskader met conditionerende onderzoeken, en uit het omgevingsproces. De inpassingsopgave is uiteindelijk een integraal onderdeel van het project;
  • gebiedsopgave: de mee te nemen gebiedsontwikkelingen en/of verbetering van ruimtelijke kwaliteit. De vastgestelde meekoppelkansen worden uiteindelijk in het ontwerp en de planuitwerking opgenomen.

Paragrafen 2.3, 2.4 en 2.5 lichten de drie onderdelen van de scope toe.

Dijklichaam

De waterkering tussen Wolferen en Sprok bestaat over het algemeen uit een dijklichaam. De kern van het dijklichaam bestaat uit klei met lichte sporen van silt/zand. De dijk ligt op een zandige ondergrond. In het voor- en het achterland ligt op de zandige ondergrond een relatief dunne deklaag (1,5 tot circa 5 m). De deklaag bestaat voornamelijk uit klei.

De bekleding van de dijk bestaat voornamelijk uit gras op een onderlaag van klei. Op veel plaatsen aan de buitenzijde is een steenbekleding aanwezig. Deze bekleding beschermt het dijklichaam tegen erosie door water en wind en geeft het dijklichaam stabiliteit.

Binnendijks ligt over het algemeen een aanberming om de stabiliteit van het binnentalud te ondersteunen. Buitendijks is nog geen buitenberm aanwezig, maar deze is voor het uitbeelden van de terminologie wel ingetekend in de afbeelding van het dijklichaam. Kenmerkend voor deze waterkering is de aanwezigheid van een groot voorland (uiterwaarden) over het merendeel van het traject. Dit voorland staat een deel van de winter onder water en ligt in de zomer voornamelijk droog.


Klap tekst in

Deze paragraaf over de waterveiligheidsopgave licht toe waarom de waterkering in huidige staat niet voldoet. De onderbouwing voor de opgave voor de dijkteruglegging staat in paragraaf 2.1.

Norm en faalkans

Waterschap Rivierenland heeft als taak haar primaire waterkeringen te beheren. Onderdeel van het beheer is het periodiek uitvoeren van de beoordeling/toetsing van de waterkeringen. Sinds 1 januari 2017 moet op basis van overstromingskansnormen worden ontworpen en getoetst. De ondergrens van de overstromingskans is een maximaal toelaatbare faalkans voor een waterkering. Als de overstromingskans groter is dan deze waarde, wordt niet meer aan het wettelijke veiligheidsniveau voldaan.

Voor het dijktraject tussen Wolferen en Sprok geldt een maximaal toelaatbare kans van 1/10.000 per jaar. Dit betekent dat een kering zo hoog en sterk moet zijn dat deze een waterstand moet kunnen keren die gemiddeld eens in de 10.000 jaar optreedt.

Een nieuw ontworpen waterkering moet tot het einde van zijn levensduur (meestal 50 jaar) aan deze waarde voldoen. De ontwerphoogte van een dijk is daarom bijvoorbeeld hoger dan het hoogtetekort waarop de dijk is afgetoetst. In de ontwerphoogte wordt ondermeer rekening gehouden met de verwachte toekomstige waterstand na 50 jaar. De aanleghoogtes zijn nog iets hoger dan de ontwerphoogte vanwege restzettingen, klink en (minimale) autonome bodemdaling.

De faalkans van dijken neemt toe in de tijd. Dit komt onder andere door zeespiegelstijging, autonome bodemdaling en zakkingen. Door tijdig te beginnen met de veiligheidsopgave wordt voorkomen dat de faalkans van de dijk groter wordt dan de maximaal toelaatbare kans.

Woningbouwlocaties Nijmegen

Zoals in hoofdstuk 1 is toegelicht, sloot het waterschap eerder een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Nijmegen. Hierin is de intentie uitgesproken dat de gemeente Nijmegen binnen haar plangebied aangrenzend op het dijktraject, het benodigde binnendijks profiel/talud aanlegt dat nodig is om de woningbouwontwikkeling mogelijk te maken. Het betreft de gebieden Vossenpels Zuid-Zuid, De Stelt-Zuid en Hof van Holland, Woenderskamp. Deze zijn gedefinieerd als (onderdeel van) dijksectie 4, 5, 6 en 7. Voor (delen van) deze trajecten zijn in het verleden al ontwerpen gemaakt (Royal HaskoningDHV, 2016a, 2017a-c). Voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf heeft gemeente Nijmegen in 2017 nog een MER ter inzage gelegd.

De afbakening van de woningbouwprojecten is als volgt:

De dijksecties waarop de samenwerkingsovereenkomst van toepassing is, blijven wel binnen het projectgebied. Dit om benodigde aanvullende maatregelen op de kruin van de dijk en buitendijks mogelijk te maken. Bovendien blijft het binnendijkse projectgebied onderdeel uitmaken van verkenning en planstudie totdat realisatie geborgd is.

In de dijksectie 6 ligt eveneens een buurtschap (tussen dijkpaal 163+030 en 166+050) waar geen woningbouwplannen zijn. Voor dit deel worden nog wel alternatieven afgewogen.

Klap tekst in

De inpassingsopgave volgt uit de analyse van de huidige en toekomstige (autonome) functies en kwaliteiten van de dijk en omliggende gebied. De inpassingsopgave beschrijft welke bestaande functies en waarden ingepast worden bij realisatie van het plan (HWBP, 2017). De inpassingsopgave volgt uit het omgevingsproces, het ruimtelijk kwaliteitskader en de referentiesituatie beschreven in het MER. Vaak is er door de benodigde inpassing sprake van maatwerklocaties. Het MER gaat in op eventuele maatregelen die genomen (kunnen) worden om effecten te verzachten (mitigatie).

Referentiesituatie

De huidige situatie en de autonome ontwikkelingen vormen samen de referentie bij het bepalen van de milieueffecten van de ontwikkeling in het plangebied. Autonome ontwikkelingen zijn de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied die momenteel nog niet (helemaal) gerealiseerd zijn. Het gaat daarbij om ontwikkelingen waarover al besluitvorming heeft plaatsgevonden (en waarvoor financiering is geregeld), of trendmatige ontwikkelingen zoals demografische- en klimaatontwikkelingen. Hieronder wordt ingegaan op het ruimtelijk kwaliteitskader, autonome ontwikkelingen en de referentiesituatie per thema.

Maatwerklocaties

Maatwerklocaties zijn specifieke plekken waar op een hoger detailniveau naar een oplossing wordt gezocht, die mogelijk af kan wijken van het gekozen voorkeursalternatief voor de desbetreffende dijksectie. Maatwerklocaties worden uitgewerkt in de planuitwerkingsfase. Huizen of andere objecten in het dijktalud zijn mogelijke toekomstige maatwerklocaties.

Klap tekst in

Deelgebieden

Het projectgebied is verdeeld in landschappelijke deelgebieden. Dit op basis van de analyse in het ruimtelijk kwaliteitskader en de vier bovengenoemde lagen. Deze zijn gevisualiseerd in de afbeelding landschappelijke deelgebieden.

Ruimtelijke kwaliteiten per deelgebied

In het ruimtelijk kwaliteitskader is een gedetailleerde beschrijving te vinden van de historische en landschappelijke context van de deelgebieden, de kwaliteiten, opgaven en ambities en daarbij een beschouwing van mogelijke bouwstenen (in de fase van de preverkenning). Hieronder is een korte opsomming opgenomen van de ruimtelijke kwaliteiten per deelgebied:

Sprok-Doornik:

  • historische schaardijk met middeleeuwse kolken. Bij de Kolk van Elferen ligt nog een kwelkade;
  • recreatieve toplocatie met meerdere horecavoorzieningen;
  • aansluiting park Lingezegen;
  • beleving silhouet stad Nijmegen met bruggen en kerk;
  • ervaring van de nabijheid van de Waal;
  • historisch karakter met fort Boven-Lent en landgoed Doornikshof;
Lent/Rivierpark:
  • Spiegelwaal en dijk als recreatief uitloopgebied;
  • beleving silhouet stad Nijmegen met bruggen en kerk;
  • monumentaal oud fort met zeer hoge archeologische verwachting;
  • kleinschalig ensemble van erven (buurtschap Lent);
Buitenplaats Oosterhout:
  • historisch monumentaal landgoed op overslaggronden achter inlaagdijk;
  • parkbos en lanen op zandige ondergrond;
  • archeologie: zeer hoge verwachting binnendijks;
  • hoge natuurwaarden met historische wielen;
  • beleving silhouet stad Nijmegen met bruggen en kerk;
Oosterhout dorp:
  • ervaring van de weidsheid en de nabijheid van de Waal;
  • monumentale bebouwing in de kern van Oosterhout;
  • zeer hoge archeologische verwachting van de kern van Oosterhout en van het buitendijkse oudhoevige land, met sporen van middeleeuwse verkaveling, wegen en huiserven;
  • uiterwaarden en dijk als uitloopgebied voor bewoners;
Altena:
  • recreatieve locatie camping en brasserie Altena vlakbij de rivier als rustpunt aan het water voor fietsers en wandelaars op de dijk;
  • agrarische bedrijvigheid binnendijks;
  • ervaring van de levendigheid van de Waal die zowel vanaf de camping als vanaf de fiets goed beleefbaar is;
Slijk-Ewijk:
  • agrarisch dijklandschap met reeks van erven;
  • monumentale boerderijen en bomen;
  • afwisseling tussen beslotenheid en openheid van het binnendijks gebied;
  • ervaring van rust en weidsheid;
  • historisch ensemble van witte kerk en monumentale bomen als markering van het dorp aan de dijk;
  • Slijk-Ewijk als historisch lintdorp met zeer hoge archeologische verwachting;
  • historische strang aan de teen van de dijk;
Landgoed Loenen:
  • historisch monumentaal landgoed op overslaggronden achter inlaagdijk;
  • parkbos en lanen op zandige ondergrond;
  • archeologie: zeer hoge verwachting buitendijks gebied (oudhoevig land en mogelijke aanwezigheid overblijfselen van redoutes;
  • hoge natuurwaarden buitendijks met historische strangen en wielen;
Wolferen:
  • historische samenhang schaardijk met binnen- en buitendijks micro-reliëf (kleiwinning), oude rivierstrang en oude agrarische erven (enkele beschermd als monument);
  • beleving: ervaring van rust en weidsheid, open agrarisch landschap.

Klap tekst in

Trendmatige ontwikkelingen

Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat de zeespiegel stijgt en de bodem in Nederland daalt. Dit zet zich ook in de toekomst door. In deze verkenning wordt rekening gehouden met deze trend. De gebruikte waterstanden zijn afgeleid uit door RWS vrijgegeven hydraulische databases (WBI2017). Verder rekenen we voor de klimaatverandering met warmtescenario W+ van de KNMI. Conform de deltascenario’s wordt rekening gehouden met een maximale afvoer van 18.000 m3/s in de Rijn bij Lobith in 2100 (HKV, 2017).

De autonome ontwikkelingen bevatten verder de realisatie van maatregelen waartoe is besloten en waarvoor de financiering is geregeld. Dat betekent dat de volgende programma’s/maatregelen onderdeel zijn van de referentiesituatie (zie ook afbeelding ontwikkelingen rond het plangebied):

  • tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma: de dijkversterkingen die nodig zijn gebleken bij de eerste en tweede wettelijke toetsing van waterkeringen;
  • programma Ruimte voor de Rivier: deze projecten zijn allemaal uitgevoerd, of in uitvoering, bijvoorbeeld de dijkteruglegging bij Lent en kribverlaging en langsdammen op de Waal tussen Beuningen en Gorinchem;
  • programma WaalWeelde: WaalWeelde volgt vanuit de wens om de ruimtelijke kwaliteit te vergroten langs de Waal, zodat het prettig wonen, werken en recreëren wordt in de vijftien gemeenten langs de Waal:
    • in 2015 werden de Oosterhoutse Waarden opnieuw ingericht ten bate van natuurontwikkeling (ook voor de Kaderrichtlijn Water). Wat rest is de aanleg van natuuroevers in de plassen. Deze werkzaamheden zullen nog voortduren tot 2023;
    • in 2019 wordt de rivierdynamiek binnen de Loenensche Buitenpolder vergroot door de verbreding en uitdieping van een oude rivierstrang. De herinrichting van de uiterwaard creëert een moerassig en grasrijk leefgebied voor bepaalde vogels. Ook enkele cultuurhistorische elementen, zoals de oude inlaat en de overlaat, worden hersteld. De polder wordt beter beleefbaar voor recreanten. De vooroeververbetering wordt meegenomen in het ontwerp voor de dijkversterking;
    • de Beuningse Uiterwaarden worden natuurvriendelijker ingericht en beter bereikbaar voor recreanten. Ook komt er meer ruimte voor hoogwater uit de Waal. De werkzaamheden lopen tussen 2017 en 2018;
    • de Stadswaard Nijmegen is heringericht om natuurwaarden beter tot ontwikkeling te brengen en het gebied voor bezoekers aantrekkelijker te maken. Er is een geul gegraven die vanaf één kant in verbinding staat met de Waal. Het project wordt in 2017 afgerond;
  • programma Stroomlijn: tot voorjaar 2018 voert RWS onderhoud uit aan een deel van de begroeiing in de uiterwaarden van de Waal;
  • landschapspark De Danenberg. Landschapspark De Danenberg is een robuuste afscherming naast het toekomstige Betuws Bedrijvenpark langs de A15. Het landschapspark vervult een rol als ‘groen prikkeldraad’, omdat het verdere verstedelijking tegenhoudt. In De Danenberg ligt de nadruk op het aanleggen van een groene structuur en landschappelijke verbindingen. Om het project mede te kunnen financieren, wordt kleinschalige woningbouw ontwikkeld. Gemeente Overbetuwe, de Gelderse Natuur en Milieu Federatie en V.O.F. De Brouwerij, waarin KWP gebiedsontwikkelaars en K3Delta participeren, draagt zorg voor de uitvoering van het plan. In augustus 2017 lag het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage;
  • woningbouwproject Vossenpels Zuid-Zuid. Gemeente Nijmegen is van plan om bij Vossenpels op de dijk bebouwing te realiseren en houdt daarbij rekening met een al afgestemd voorkeursalternatief voor de dijkversterking (zie ook paragraaf 1.2). Het versterken van de dijk ter plaatse van Vossenpels is onderdeel van het project Wolferen-Sprok. Het voorkeursalternatief wordt integraal meegenomen in de dijkversterking. Mogelijk is hierin nog enige actualisatie van het ontwerp nodig, maar dit heeft geen invloed op het ruimtebeslag en de toekomstige woonfuncties. Een deel van het binnendijks profiel wordt via een watervergunning door de gemeente gerealiseerd voorafgaande aan de dijkversterking;
  • woningbouwproject De Stelt-Zuid. De gemeente Nijmegen heeft plannen voor projectontwikkeling bij De Stelt-Zuid. Het bestemmingsplan is vastgesteld, waarmee de exploitatiegrenzen voor de woningbouw vastliggen. Ter hoogte van De Stelt-Zuid is de dijk verlegd in het project Ruimte voor de Waal. Het waterschap heeft al een voorkeursalternatief voor dit trajectdeel opgesteld. Het voorkeursalternatief wordt integraal meegenomen in de dijkversterking. Mogelijk is hierin nog enige actualisatie van het ontwerp nodig, maar dit heeft geen invloed op het ruimtebeslag en de toekomstige woonfuncties. Een deel van het binnendijks profiel wordt via een watervergunning door de gemeente gerealiseerd voorafgaande aan de dijkversterking;
  • plan Hoge wei. Een projectontwikkelaar ontwikkelt hier bij Oosterhout een woningbouwplan voor maximaal 62 woningen. Het bestemmingsplan werd in juni 2017 vastgesteld door gemeente Overbetuwe. Inmiddels is het bestemmingsplan onherroepelijk in werking getreden. In het plan is een beschermingszone opgenomen voor de huidige Waaldijk. Hierdoor heeft het plan geen directe invloed op de dijkversterking, echter worden eventuele overlap of raakvlakken afgestemd en nader verkend.

Projecten waarover geen besluit is genomen, of waar besluitvorming niet op korte termijn plaatsvindt (binnen de verkenning), worden niet meegenomen in de autonome ontwikkeling. Zulke projecten kunnen mogelijk wel als meekoppelkans beschouwd worden (zie paragraaf 2.5). Dit betreft onder andere de Nijmeegse woningbouwlocaties Hof van Holland en de Woenderskamp en de Overbetuwse ontwikkeling hart van Oosterhout. De hoogwatergeul Varik-Heesselt en de actualisatie voorkeursstrategie hebben mogelijk invloed op de rivierkundige effecten, maar zijn onzeker. Bij de effectuitwerking geven we inzicht in de mogelijke beïnvloeding van de effecten door deze ontwikkelingen.

Klap tekst in

Beschermde gebieden

Natura 2000-gebied

De dijk vormt de noordelijke grens van het Natura 2000-gebied Rijntakken. De dijk grenst aan een Vogelrichtlijngebied ten oosten van Lent en een Vogel- en Habitatrichtlijngebied ten westen van Lent (zie kaart). Bijzondere habitattypen die in dit Natura 2000-gebied voorkomen zijn:

  • zachthoutooibossen in de uiterwaarden bij Loenen en Wolferen;
  • meer met krabbenscheer en fonteinkruiden bij de Oosterhoutse Waarden;
  • stroomdalgrasland ten westen van Lent;
  • slikkige rivieroevers ten oosten van Lent.

Bijzondere soorten die hier voorkomen zijn onder andere kamsalamanders, oeverzwaluw, fuut en steenuil (Witteveen+Bos, 2017d).

In 2015 werden de Oosterhoutse Waarden opnieuw ingericht voor natuurontwikkeling (WaalWeelde-project). Bij Oosterhout werd in het verlengde van de nevengeul een deel van de uiterwaard uitgegraven. Tot 2023 zullen nog enkele werkzaamheden plaatsvinden voor de aanleg van natuuroevers in de plassen.

Klap tekst in

(Water)bodemkwaliteit

Verdachte locaties

In het grote onderzoeksgebied uit de preverkenning (Witteveen+Bos, 2017c) liggen in totaal 63 locaties die mogelijk verdacht zijn vanwege het historische bodemgebruik (Historische Bodembestand, HBB). Alle HBB-locaties zijn als verdacht aangemerkt op het voorkomen van bodemverontreiniging (zie kaart). Aanvullend zijn in dit onderzoek 5 locaties verdacht op het voorkomen van asbest.

Bekende bodemverontreinigingen en bodemsaneringen

Voor de volgende locaties zijn bodemverontreinigingen bekend (Witteveen+Bos, 2017c):

  • Vossenpelssestraat 3, Lent: aanwezigheid van verontreinig door voormalige stort, contactrisico’s door dunne deklaag;
  • Vossenpelssestraat achter 2-10, moestuinen Lent: deel van de onderzochte locatie sterk verontreinigd met asbest;
  • Vossenpelssestraat 2 t/m 16, Lent: licht verhoogde gehalten DDE en barium, verderop ernstige asbestverontreiniging;

Dijktracé en waterbodem

Door de rijke ophooghistorie verschilt de bodemkwaliteit binnen het dijklichaam sterk horizontaal en verticaal. Daarnaast is er een redelijke kans dat plaatselijk sterke verontreiniging worden aangetroffen. Het dijktracé is verdacht op het voorkomen van zogenaamde ‘karresporen’, lokale verontreiniging met PAK en minerale olie. Er zijn beperkt onderzoeksgegevens bekend voor de uiterwaarden, maar de bodemkwaliteit varieert vermoedelijk (Witteveen+Bos, 2017c).

Water

De zandige ondergrond begint relatief ondiep. Vanaf ongeveer 1,5 - 5 m onder maaiveld is er zand aanwezig, met een hoge doorlatendheid. Het regionale grondwater stroomt in zuid-zuidwestelijke richting. In het buitendijkse gebied en in de dijk zelf is de (grond)waterstand in grote mate afhankelijk van de waterstand in de rivier. In de winter, bij hoog water, is ook de lokale grondwaterstand hoger. In mindere mate geldt dit ook voor de deels bemaalde binnendijkse gebieden.

Binnen het onderzoeksgebied ligt geen grondwaterbeschermingsgebied en/of een boringsvrije zone voor het behoud van de grondwaterkwaliteit.

Klap tekst in
Historische-geografische structuren, patronen en elementen

De Over-Betuwe is een oud cultuurlandschap in het rivierengebied dat wordt gekenmerkt door de opbouw in uiterwaarden, oeverwallen en kommen. De Waaldijk vormt een belangrijk historisch-geografisch element in het landschap. In de loop van de eeuwen is de dijk met enige regelmaat aangepast, verlegd en opgehoogd. Ook liggen binnen het plangebied diverse historische dijken/kades en restanten van de IJssellinie. Verder zijn oude kavelpatronen (Slijk-Ewijk) en de overgebleven kolken van dijkdoorbraken van belang. De kaart geeft de locaties van cultuurhistorische structuren en elementen aan. Bij de Altena liggen restanten van een loswal uit 1875.

Historische (steden)bouwkundige ensembles en elementen

Er liggen twee forten binnen het onderzoeksgebied die zijn gebouwd in 1862 ter verdediging van de stad Nijmegen. Aan de Waaldijk ten westen van Lent ligt het fort Beneden-Lent of Nieuw Knodsenburg. Het fort is een rijksmonument (nr. 14955). Ten oosten van Lent ligt het fort Boven-Lent of Sprokkelenburg (nr. 14952).

Aan de dijk liggen twee door het rijk beschermde landgoederen met historische tuin- en parkaanleg. Het gaat om de buitenplaats Huis Oosterhout en landgoed huis te Loinen (Loenen). Op de landgoederen staan verschillende panden die eveneens opgenomen zijn in het rijksmonumentenregister. De meeste staan echter meer dan 100 m van de dijk verwijderd.

Naast de bovengenoemde forten staan er nog drie rijksbeschermde objecten tegen de dijk. Het betreft:

  • de hervormde kerk van Slijk-Ewijk uit de 15e eeuw (nr. 36759, 36758), Dorpsstraat 70;
  • een 17e-eeuwse, gepleisterde boerderij met muurankers en hoog, rieten wolfdak (nr. 36760), Waaldijk 13;
  • boswachterswoning uit 1851 behorende bij het landgoed huis te Loinen (nr. 520776), Waaldijk 11.

Archeologische (verwachtings)waarden

Het gebied is al vanaf de steentijd bewoond en kenmerkt zich door de aanwezigheid van een groot aantal archeologische monumentterreinen (AMK-terreinen) vanaf de prehistorie tot en met heden (Archeodienst, 2016).

Aardkundige waarden

Hoewel er geen beschermde aardkundige waarden aanwezig zijn in het gebied, zijn er wel elementen aanwezig van aardkundige waarde. Het betreft de relicten van crevassen (waaiervormige oeverwaldoorbraken), strangen (nevengeulen, met name in de Loenensche Buitenpolder) en de kolken (gevolg van dijkdoorbraken) bij Loenen, Oosterhout en Lent.

Klap tekst in

Door zijn hoge ligging in het landschap is de dijk de perfecte plek om te genieten van het weidse en afwisselende uitzicht, dat door de kenmerkende kronkels ook nog regelmatig verrassingen biedt: ‘heel erg mooi en ook wel afwisselend. Elke keer als je komt zie je weer iets nieuws’. ‘De weidsheid van het landschap, het silhouet van steden en dorpjes.’ De dijk is niet alleen een verbindingsroute, maar verbindt ook de verschillende landschappen en objecten in het landschap met elkaar. De natuur en cultuurhistorische elementen worden hoog gewaardeerd.

Een opvallend verschil tussen bewoners en recreanten is dat de bewoners de dijk vaak als druk ervaren, met veel verschillende weggebruikers die niet goed samengaan. De recreanten genieten juist van de rust en stilte van het gebied. Omdat bewoners vaker op de dijk komen is de drukte en veiligheid op de dijk voor hen ook belangrijker dan voor recreanten, die voor hun ontspanning op de dijk komen.

Mensen genieten niet alleen van de omgeving vanaf de dijk, maar trekken ook graag met de fiets of te voet de uiterwaarden en het binnendijkse gebied in, waarvoor de aanwezigheid van wandel- en fietspaden erg belangrijk is. De Waal wordt vooral beleefd als onderdeel van het uitzicht vanaf de dijk, met alle schepen die erop varen, de meanders en het levendige water. Bewoners beleven en waarderen de veranderende waterstanden van de rivier en hoogwater veel meer dan recreanten, die vaak maar af en toe op de dijk zijn en alleen een momentopname te zien krijgen.

Opvallend tot slot is dat slechts 15 % van de ondervraagden als eerste aan waterveiligheid denkt bij de dijk.

Klap tekst in

Woonfunctie

Langs de dijk is bebouwing aanwezig, een deel van de huizen ligt direct aan de dijk dan wel in de dijk gebouwd. Een deel van de woningen ligt buitendijks. Er bevinden zich circa 80 adreslocaties binnen 50 m van de kruin van de dijk. Over het algemeen is er een woonfunctie gekoppeld aan deze adressen. Verder liggen de dorpskernen Oosterhout en Slijk-Ewijk en de stadskern van Nijmegen dichtbij. Een deel van de taluds is in gebruik als tuin.

Tussen Lent en Oosterhout komt er een aantal nieuwe woonwijken bij, zoals De Stelt-Zuid, Vossenpels Zuid-Zuid, Woenderskamp en Hof van Holland. Een aantal van deze locaties ligt direct aan de dijk. Hier verandert het karakter van de landelijke dijk op termijn in een stedelijke dijk. Daarnaast zijn er ook woningbouwplannen voor de oude kern van Oosterhout: Hoge Wei. Naast woningen in binnendijks gebied zijn er op het traject ook meerdere dijkwoningen aanwezig.

Economische functies

Het gebied wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van meerdere landbouwbedrijven. Rondom Oosterhout bevindt zich een gebied voor de glastuinbouw.

Scheepsvaart

De Waal stroomt van de Rijn bij Pannerden via Nijmegen, Tiel en Zaltbommel naar de Merwede bij Woudrichem. De rivier wordt veel gebruikt door de scheepvaart. De vaargeul heeft een breedte van 150 m en een diepte van minimaal 2,80 m.

Verkeersfunctie dijk

De Waaldijk heeft op lokaal niveau een belangrijke ontsluitende functie (Witteveen+Bos, 2017b). Het verkeer tussen Wolferen, Loenen, Slijk-Ewijk en Oosterhout heeft de Waaldijk als potentiële route (zie kaart). Bovendien worden een aantal erven en woningen vanaf de Waaldijk ontsloten. Verder wordt de dijk met name in de zomer ook recreatief gebruikt, met name door fietsers en voetgangers (Witteveen+Bos, 2017b). ’s Zomers is er in de weekenden in het deel van gemeente Nijmegen een afsluiting van de Oosterhoutse dijk voor auto’s.

De Waaldijk is in de huidige situatie circa 5 m breed en is ingericht als erftoegangsweg. De Waaldijk is voorzien van enkele snelheidsremmende maatregelen. Het rustige karakter van de weg en de rechtstanden nodigen uit tot hardrijden. Met name in de rustigere perioden, zoals ’s nachts, is de kans hierop groter. Maar ook op drukke dagen wordt overlast ervaren van hardrijders. Hoge snelheden van het gemotoriseerde verkeer hebben een negatieve invloed op de verkeersveiligheid en de leefbaarheid.

Behalve de parkeervoorzieningen op eigen terrein zijn er op of direct langs de Waaldijk weinig parkeerplaatsen aanwezig in de huidige situatie.

Recreatiefunctie

Op de dijk lopen meerdere recreatieve routes. Zo gaat het Grote Rivierenpad (Langeafstandswandeling LAW 6, wandelnet.nl) over de dijk, tussen de spoorbrug en de Waaiensteinkolk en tussen Oosterhout en Slijk-Ewijk. Vrijwel de hele dijk is onderdeel van het fietsknooppuntennetwerk (Fietseropuit.nl). De wandelroutes op de dijk worden over het algemeen gedeeld met gemotoriseerd verkeer. In de uiterwaarden zijn struinpaden en ommetjes aanwezig. Bij Slijk-Ewijk ligt er een fiets-/voetveer over de Waal naar Beuningen.

Er zijn meerdere locaties met een recreatieve functie in het gebied. Hieronder vallen onder meer de camping en brasserie de Grote Altena, de historische buitenplaats Oosterhout en Fort Boven-Lent (het wijnfort). De recreatieve plekken vervullen eveneens een rol voor de arbeidsgelegenheid in het gebied. Verder bieden de uiterwaarden en de Waal een grote variëteit aan recreatiemogelijkheden.

Overige aspecten

De risicokaart (risicokaart.nl) geeft een overzicht van risico's met gevaarlijke stoffen die kunnen leiden tot rampen en ongevallen. Hierop zijn voor het dijktraject met name risico’s geïdentificeerd die samenhangen met transport. Er is een risicovolle installatie langs de dijk op de Waaldijk 9 in Bemmel, gemeente Lingewaard (propaantank). Verder zijn er transportroutes voor gevaarlijke stoffen, zoals de Waal zelf (basisnet water), de brug van de A50 (basisnet weg), de spoorbrug (basisnet spoor), de A325 (incident regionale weg). Op twee locaties (tussen dijkpalen DD231 en DD240 en tussen DD217 en DD219) kruist de dijk grote aardgasleidingen van Gasunie. Daarnaast bevinden zich tussen dijkpaal DD178 en DD181 twee hoogspanningskruisingen, zowel boven- als ondergronds.

Op de risicokaart worden naast risicobronnen, ook kwetsbare objecten weergegeven. De op de risicokaart getoonde kwetsbare objecten zijn woningen, gebouwen waarin zich veel mensen kunnen bevinden en gebouwen waar niet-zelfredzame mensen aanwezig zijn (zieken, bejaarden, kinderen). Het wijnfort Lent (Bemmelsedijk 4 in Lent) is aangeduid als kwetsbaar object.

Nijmegen behoort tot de zwaarst geraakte gebieden in de Tweede Wereldoorlog. Er is een grote kans op het aantreffen van conventionele explosieven. Grote delen van de dijk zijn tijdens eerdere conventionele explosieven onderzoeken vrijgegeven. De overige gebieden binnen het interessegebied gelden als uiterst verdacht, het gaat hierbij met name om het deeltraject nabij fort Lent (Witteveen+Bos, 2017c).

Klap tekst in

Meekoppelkansen

Waterschap Rivierenland heeft beleid ontwikkeld voor het meekoppelen van ruimtelijke ontwikkelingen en opgaven aan dijkversterking in haar gebied. Het waterschap gaat actief op zoek naar kansen voor maatschappelijke meerwaarde, stimuleert de ontwikkeling van ideeën en biedt ruimte aan derden. De definitie voor meekoppelen is: ‘bij meekoppelen gaat het om het meenemen van aanvullende doelstellingen van partners in de regio niet-zijnde waterveiligheid óf het meenemen van een waterveiligheidsdoelstelling van een project van een partner in de regio’.

In de voorbereidende fase voorafgaande aan de verkenningsfase zijn mogelijke meekoppelkansen geïnventariseerd in het Ruimtelijk kwaliteitskader en door Waterschap Rivierenland zelf. Daarnaast zijn er tijdens de ontwerpateliers voorafgaande aan deze NRD ook een aantal meekoppelkansen benoemd door stakeholders. Vervolgens is onderzocht of deze meekoppelkansen kunnen worden meegenomen in de waterveiligheidsopgave en of dit meerwaarde geeft. Een belangrijk aspect bij meekoppelkansen is dat er zicht moet zijn op de financiering van het project. Als sprake is van een echte meekoppelkans wordt deze geïntegreerd met de opgave. Bij de vaststelling van het Voorkeursalternatief (VKA) moeten deze meekoppelvoorstellen bekend zijn.

Uit de geïdentificeerde meekoppelkansen maakt het waterschap een eerste integrale afweging, waarbij voor elke meekoppelkans een keuze is gemaakt uit één van de drie onderstaande opties:

  • meekoppelen: de ontwikkeling wordt onderdeel van de opgave, met een integrale aanpak en ontwerp. Voor de meekoppelkans stelt het waterschap met de samenwerkende partij een samenwerkingsovereenkomst op waarin ook afspraken over de financiering zijn opgenomen;
  • inpassen: de (snel verwachte) uitkomst van de ontwikkeling wordt opgenomen in het plan voor de waterveiligheidsopgave. Dit kan leiden tot realisatie van locatiespecifieke maatregelen of voorzieningen;
  • adaptieve houding aannemen; bij het maken van het plan wordt ingespeeld op deze verwachte ontwikkelingen. Hierbij blijft het waterschap ruimte houden voor de realisatie van deze ontwikkeling.

De beoordelingscriteria of een meekoppelkans mee gaat in het VKA zijn als volgt:

  1. de meekoppeling van het dijkversterkingsproject met de ruimtelijke ontwikkeling leidt niet tot het naar achteren verschuiven van het project;
  2. de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling toont de maatschappelijke meerwaarde en het voordeel voor de lange termijn aan, in afstemming met het waterschap;
  3. de ruimtelijke ontwikkeling wordt gedragen door één of meerdere medeoverheden in het beheergebied van het waterschap. De gemeente, waarin de ruimtelijke ontwikkeling ligt, ondersteunt het plan en wil dit planologisch inpassen;
  4. voor het waterschap is het mogelijk, indien nodig, qua bedrijfsvoering, capaciteit en financiën om een (deel van een) dijkversterkingsproject eerder dan gepland te starten.

Bij het maken van de keuze wordt beoordeeld op (zicht op) financiering, vergunbaarheid, planning, uitvoerbaarheid, draagvlak in omgeving en van bestuurders. In de tabel zijn de geïdentificeerde meekoppelkansen opgenomen, deze zijn in de tabel toegelicht.

Klap tekst in