PROCES

Voor de integrale verkenning is een communicatie- en participatieplan (inclusief bijbehorende activiteitenkalender) opgesteld. Hierin worden drie doelen nagestreefd: een betrouwbare overheid zijn, meerwaarde creëren voor de omgeving en zo draagvlak creëren en behouden. De m.e.r.-procedure is verweven met de verkenning en planuitwerking en kent formele participatiemomenten. Dit hoofdstuk licht eerst de participatiemomenten toe. Dan volgt hoe het project is georganiseerd. De strategie voor informele communicatie staat in de laatste paragraaf beschreven.

Stap 1: Mededeling aan bevoegd gezag

De initiatiefnemer, het waterschap Rivierenland, die de m.e.r.-plichtige activiteit wil ondernemen en daarvoor een aanvraag tot het nemen van een besluit wil gaan indienen, deelt dit voornemen schriftelijk mee aan het (coördinerend) bevoegd gezag, in dit geval de provincie Gelderland.

Stap 2: Openbare kennisgeving en zienswijzen

Het bevoegd gezag (provincie Gelderland) publiceert in een openbare kennisgeving het voornemen om een m.e.r.-procedure te doorlopen. In deze openbare kennisgeving geeft de provincie aan wie, waar en in welke termijn in de gelegenheid worden gesteld advies uit te brengen over het voornemen. De kennisgeving vindt gelijktijdig plaats met de volgende stap in de m.e.r.-procedure (raadpleging en advies reikwijdte en detailniveau). Provincie en waterschap hebben ervoor gekozen om hiervoor een Notitie Reikwijdte en detailniveau (NRD) op te stellen, en deze openbaar ter inzage te leggen. Een ieder kan daarom zienswijzen indienen op de inhoud van de NRD.

Stap 3: Raadplegen en inwinnen advies reikwijdte en detailniveau

Het bevoegd gezag raadpleegt de wettelijke adviseurs en andere bestuursorganen over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen milieueffectrapport (MER). Het gaat daarbij om adviseurs en bestuursorganen die betrokken zijn bij het plan en de vergunningen, als ook de omliggende gemeenten, de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de provincie in het kader van natuurbescherming. De provincie vraagt de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (Cmer) om advies over de reikwijdte en het detailniveau.

Op basis van de ingekomen zienswijzen en adviezen geven de gedeputeerde staten van de provincie Gelderland advies over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen MER.

Stap 4: Opstellen MER (milieueffectrapport) in verkenning en planuitwerking

Het MER is een centraal onderdeel van de procedure waarin het voornemen en mogelijke alternatieve invullingen worden beoordeeld op milieu en omgevingseffecten. Het MER dient als milieu-informatiebron voor het op te stellen plan in de planuitwerking.

Het MER fase 1 (verkenning) wordt opgesteld in de verkenningsfase ter onderbouwing van het advies over het voorkeursalternatief. Bij het vaststellen van het VKA (MER fase 1) ontbreekt een formeel inspraakmoment. De projectomgeving wordt wel betrokken bij de keuze.

Het MER fase 2, de uitwerking van het voorkeursalternatief op het detailniveau van het benodigde plan en de vergunningen, volgt in de planuitwerkingsfase.

Stap 5: Terinzagelegging en inspraak

De provincie Gelderland legt in de planuitwerking het gecombineerde MER en het ontwerp-projectplan/ruimtelijk plan tegelijkertijd ter inzage. Een ieder kan dan gedurende een periode van zes weken formeel een zienswijze op beide documenten indienen.

In dezelfde periode vindt de raadpleging/toetsing van de Cmer plaats. De Cmer beoordeelt het MER op juistheid en volledigheid en toetst of het MER invulling geeft aan het door de gedeputeerde staten geadviseerde reikwijdte en het detailniveau. Eveneens liggen de ontwerp-vergunningen ter inzage.

Stap 6: Motiveren in het definitieve plan

Het waterschap en/of de provincie zullen in het definitieve plan motiveren hoe met de uitkomsten van het MER en de zienswijzen zijn omgegaan.

Stap 7: Bekendmaking en mededeling van het plan

Conform de procedure wordt het definitief door het waterschap/provincie vastgestelde plan bekend gemaakt. De mogelijkheden om beroep in te stellen tegen het respectievelijk goedgekeurde of vastgestelde plan volgen uit de wettelijke bepalingen voor de Waterwet en de Algemene wet Bestuursrecht.

Stap 8. Evaluatie

Na vaststelling van het plan vindt evaluatie van milieueffecten plaats.

Klap tekst in

Uitgangspunten

Participatie van de omgeving is een voorwaarde voor een zorgvuldig besluitvormingsproces. De kern van de participatieaanpak voor het project is meedenkkracht in de omgeving benutten en inzetten. Zo kan het plan zo optimaal mogelijk aansluiten op wensen en kansen in de omgeving, met als gevolg een beter plan, acceptatie en begrip voor de besluiten.

Voor de verkenningsfase is een communicatie- en participatieplan opgesteld. Hierin staan de visie en strategie met betrekking tot de issue- en stakeholderanalyse, meekoppelkansen en het omgevingsproces in meer detail beschreven. Ook de planuitwerking voorziet in een dergelijke aanpak.

Visie en strategie

Er is sprake van één project en één proces met twee mogelijke oplossingsrichtingen (dijkversterking met dijkteruglegging en alleen dijkversterking). Zodanig dat, als de dijkteruglegging niet doorgaat (niet vergunbaar, niet financierbaar of niet effectief), de oplossingsrichting met alleen dijkversterking ongewijzigd kan blijven staan. Belangrijk is het benadrukken van de veiligheidsopgave en het vergroten van het bewustzijn over waterveiligheid bij stakeholders.

We maken het omgevingsproces niet ingewikkelder en intensiever dan nodig. We vragen andere bevoegde instanties (zoals de gemeenten Nijmegen en Overbetuwe) hun omgevingsproces deels met dat van ons samen te laten lopen en te trekken. Alle overheden zijn bij de dijkteruglegging betrokken. Stakeholders denken mee over kansen voor ontwikkeling van het gebied.

Participatie tot dusver

Om de kansrijke alternatieven goed in beeld te krijgen, is de omgeving geïnformeerd over oplossingsrichtingen en de onderliggende keuzes in het proces. De belanghebbenden konden daarna hun reactie geven en zo bijdragen aan de kansrijke alternatieven.

Voor deze ontwerpstap zijn zogenaamde ateliers georganiseerd waarin op het niveau van deelgebieden (Nijmegen, Oosterhout en Slijk-Ewijk) met mensen in gesprek is gegaan. De ateliers zijn breed opgezet zodat alle doelgroepen mee konden denken. Naast bewoners, ondernemers en belangenorganisaties waren bijvoorbeeld ook de ambtenaren van de bevoegde gezagen uitgenodigd. Voor personen die niet ‘live’ aanwezig konden zijn, was er de mogelijkheid om het ontwerpproces via een e-participatieplatform online te volgen en reacties achter te laten. Op deze wijze zijn alle relevante doelgroepen betrokken bij het ontwerpproces.

Vastlegging en verwerking van omgevingswensen

De inbreng uit de ateliers en andere overleggen zijn duidelijk (‘smart’) en zorgvuldig verwerkt in een klanteisspecificatie (KES). Met het toepassen van dit systeem wordt beoordeeld of wensen meegenomen kunnen worden in het ontwerpproces en kan gecontroleerd worden of gehonoreerde wensen ook daadwerkelijk in het ontwerp zijn meegenomen in zeef 2. Het ophalen van wensen is bedoeld om input te geven bij het maken van het ontwerp binnen de scope. Het is geen garantie dat de wensen daadwerkelijk meegenomen worden.

Klap tekst in

Het MER fase 1 wordt in de eerste helft van 2018 uitgewerkt, waarna het besluit over het voorkeursalternatief in augustus 2018 wordt verwacht. Het MER fase 2 en het (ontwerp-)plan worden tussen 2019 en 2021 uitgewerkt, vastgesteld, goedgekeurd en ter inzage gelegd. De start van de uitvoering is gepland rond 2022.

Extra uitleg: Omgevingswet, nieuwe wetgeving tijdens de looptijd van het project


Het Rijk wil de uitgebreide omgevingswetgeving bundelen in de Omgevingswet. Ook de Waterwet, de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer zullen hierin opgaan. Bij het wijzigen van een primaire waterkering is in alle gevallen sprake van een projectbesluit volgens de Omgevingswet.

Een projectbesluit neemt de plaats in van een projectplan Waterwet. Als het besluit strijdig is met het geldende omgevingsplan (het danmalige bestemmingsplan), dan wijzigt het projectbesluit zelf deze regels. Het omgevingsplan hoeft dus niet achteraf aangepast worden aan het projectbesluit. Het projectbesluit voldoet, desgewenst, ook als een omgevingsvergunning. Het projectbesluit voor primaire waterkeringen voorziet in een gecoördineerde voorbereiding van de (uitvoerings)toestemmingen. Hierbij treden de gedeputeerde staten op als coördinerend bevoegd gezag. Zij moeten ook het projectbesluit goedkeuren.

Een projectbesluit voor het wijzigen van een primaire waterkering is projectm.e.r.-beoordelingsplichtig. De projectm.e.r.-procedure wordt vereenvoudigd, er is bijvoorbeeld geen verplicht advies vanuit de Commissie voor de m.e.r.

In de procedure voor een projectbesluit voor primaire waterkeringen is het verplicht een verkenning uit te voeren. Het bevoegd gezag kan ervoor kiezen de conclusie van de verkenning vast te leggen in een voorkeursbeslissing, als het een complex en ingrijpend project betreft. Een voorkeursbeslissing voor een projectbesluit voor het wijzigen van een primaire waterkering is planm.e.r.-plichtig, omdat het een kader vormt voor een projectm.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Het bevoegd gezag stelt de Commissie voor de m.e.r. in de gelegenheid om over het planm.e.r. te adviseren.

Planm.e.r.-plicht voor het voorkeursbesluit kan eveneens volgen uit een eventueel op te stellen Passende Boordeling volgens de Wet Natuurbescherming (artikel 16.36 Omgevingswet). Op dit moment is onduidelijk of een projectbesluit geldt als een plan volgens artikel 16.36 van de Omgevingswet.

De Omgevingswet wordt naar verwachting werkzaam in 2021. Dit betekent dat wij er vanuit gaan dat de verkenningsfase is afgerond en de voorkeursbeslissing is genomen voordat de Omgevingswet ingaat. Ook in de planuitwerking (voorzien 2018-2020) is dan geen sprake van het opstellen van een projectbesluit. Mocht de Omgevingswet tijdens de planuitwerking in werking treden, dan blijft de hier besproken reikwijdte en het detailniveau van toepassing. In dat geval moet in het vervolg van deze NRDProjectplan Waterwet of provinciaal inpassingsplan’ gelezen worden als ‘projectbesluit volgens de Omgevingswet’.


Klap tekst in