Thema: Bodem en Water

(Water)bodemkwaliteit

Verdachte locaties

In het grote onderzoeksgebied uit de preverkenning (Witteveen+Bos, 2017c) liggen in totaal 63 locaties die mogelijk verdacht zijn vanwege het historische bodemgebruik (Historische Bodembestand, HBB). Alle HBB-locaties zijn als verdacht aangemerkt op het voorkomen van bodemverontreiniging (zie kaart). Aanvullend zijn in dit onderzoek 5 locaties verdacht op het voorkomen van asbest.

Bekende bodemverontreinigingen en bodemsaneringen

Voor de volgende locaties zijn bodemverontreinigingen bekend (Witteveen+Bos, 2017c):

  • Vossenpelssestraat 3, Lent: aanwezigheid van verontreinig door voormalige stort, contactrisico’s door dunne deklaag;
  • Vossenpelssestraat achter 2-10, moestuinen Lent: deel van de onderzochte locatie sterk verontreinigd met asbest;
  • Vossenpelssestraat 2 t/m 16, Lent: licht verhoogde gehalten DDE en barium, verderop ernstige asbestverontreiniging;

Dijktracé en waterbodem

Door de rijke ophooghistorie verschilt de bodemkwaliteit binnen het dijklichaam sterk horizontaal en verticaal. Daarnaast is er een redelijke kans dat plaatselijk sterke verontreiniging worden aangetroffen. Het dijktracé is verdacht op het voorkomen van zogenaamde ‘karresporen’, lokale verontreiniging met PAK en minerale olie. Er zijn beperkt onderzoeksgegevens bekend voor de uiterwaarden, maar de bodemkwaliteit varieert vermoedelijk (Witteveen+Bos, 2017c).

Water

De zandige ondergrond begint relatief ondiep. Vanaf ongeveer 1,5 - 5 m onder maaiveld is er zand aanwezig, met een hoge doorlatendheid. Het regionale grondwater stroomt in zuid-zuidwestelijke richting. In het buitendijkse gebied en in de dijk zelf is de (grond)waterstand in grote mate afhankelijk van de waterstand in de rivier. In de winter, bij hoog water, is ook de lokale grondwaterstand hoger. In mindere mate geldt dit ook voor de deels bemaalde binnendijkse gebieden.

Binnen het onderzoeksgebied ligt geen grondwaterbeschermingsgebied en/of een boringsvrije zone voor het behoud van de grondwaterkwaliteit.

Klap tekst in

(Water)bodemkwaliteit

Aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging in de bodem, grondwater of waterbodem leidt tot negatieve (gezondheids)effecten voor mens en milieu. Bovendien brengt het beperkingen met zich mee voor toekomstig gebruik. Het verwijderen, ook wel saneren genoemd, van aanwezige sterke verontreinigingen draagt positief bij aan de bodemkwaliteit in een gebied. Het verslechteren van de huidige bodemkwaliteit is wettelijk niet toegestaan. Voor de beoordeling van de alternatieven wordt gebruik gemaakt van het vooronderzoek bodem en waterbodem (Witteveen+Bos, 2017c). Om onnodige kosten te voorkomen, wordt alleen voor het voorkeursalternatief, als het precieze ruimtebeslag bekend is, aanvullend onderzoek uitgevoerd.

Grondverzet

Afhankelijk van het alternatief kunnen diverse ingrepen plaatsvinden in de (water)bodem. Naast ontgravingswerkzaamheden wordt mogelijk ook grond toegepast (ophoging of verbreding). Verschillende alternatieven kunnen een verschillende hoeveelheid grondverzet met zich mee brengen. Per alternatief wordt de totale opgave van grondverzet, ontgraving en toepassing inzichtelijk gemaakt (kwantitatief, in m3). Voor het voorkeursalternatief worden deze getallen in grotere mate van zekerheid berekend.

Grondwater (peil, kwel, wegzijging)

Het aanleggen van diepe constructies of het verleggen van een dijk (met verlegging dijksloten) heeft effect op het grondwatersysteem. Voor de alternatieven wordt een hydrologische studie uitgevoerd. Ingegaan wordt op de grondwatereffecten (peil, kwel en wegzijging) bij normaal en hoogwater. De effecten worden zowel kwantitatief als kwalitatief in beeld gebracht.

Klap tekst in